‘Het gaat om dromen en durven’

Gisteren overleed Wubbo Ockels op 68-jarige leeftijd. Ockels was de eerste Nederlander in de ruimte: in 1985 verbleef hij er zeven dagen met het ruimteveer ‘Challenger’. Net zes was ik toen en ik kan me nog heel goed herinneren dat dit uitgebreid in het journaal kwam. Reuze interessant vond ik het. Ik had ‘Suske en Wiske en de gezanten van mars’ al eens gelezen, maar dat was een strip, een verzonnen verhaal. Nu zat er een echt mens – met snor – in zo’n raar pak en hij zwaaide vanuit de ruimte naar ons. Bizar.

Grappig vind ik het om te lezen dat de carrière van Ockels is begonnen met een kleine krantenadvertentie. ”Gevraagd: wetenschappelijk astronaut voor het Europese Ruimtelaboratorium Spacelab”. Ockels reageerde, net als ongeveer tweeduizend anderen uit twaalf West-Europese landen. Na een uitvoerig assessment selecteerde de European Space Agency (ESA) hem voor het spacelabprogramma. ‘Als grenzeloos optimist was ik er bij voorbaat van overtuigd de eindstreep te zullen halen. Het gaat om dromen en durven’, verklaarde hij. Een flinke portie lef en bevlogenheid. Mooi. De kans om uitverkoren te worden, is uiteindelijk maar voor een uitzonderlijk klein percentage mensen weggelegd.

Door het ruimteavontuur van Ockels droomden heel veel kleine en grote jongens er destijds van astronaut te worden. Zo ook ene André Kuipers, toen een 19-jarige geneeskundestudent. Kuipers maakte zijn droom waar. Op 19 april 2004 was het zover; heel Nederland keek mee hoe hij vanaf Baikonoer in Kazachstan samen met een Rus en een Amerikaan werd gelanceerd. En ook in 2011 zaten we weer massaal voor de buis om ‘onze’ André aan te moedigen. ‘Een Nederlandse, brildragende wetenschapper. Als die astronaut kon worden, dan was er nog hoop voor mij’, zegt Kuipers later in zijn autobiografie.

Wanneer mensen de aansluiting met hun inspiratie vinden en van daaruit gaan werken, krijg je onverwachte en schitterende resultaten. Dan is er geen berg te hoog en geen beer op de weg die je nog tegenhoudt. In het boek ‘Durven doen wat je raakt – 22 gesprekken over lef en bevlogenheid’ zegt Ockels hierover: “De duurzaamste energie is de menselijke energie. Als je mensen stimuleert met fantastische ideeën of plannen, leven ze op en krijgen ze zin en energie. En die menselijke energie kost helemaal niets. Dat is wat we in de basis willen overhouden: de levensenergie waarmee we een geïnspireerd leven en hogere levenswaarden voeden.’

Niets zo mooi als een geïnspireerd leven waarin iemand het maximale uit zichzelf wil halen en zijn dromen achterna jaagt. Natuurlijk zijn we niet allemaal astronauten in spe en dat hoeft ook niet. De wereld zit ook te wachten op bevlogen verpleegkundigen, docenten, it’ers en andere professionals. Mensen die het beste van zichzelf willen en kunnen geven.

Share