Om door een ringetje te halen

Zou hij er ook één hebben? Ik luister naar een saaie lezing van een man in driedelig grijs en ineens flitst deze vraag door mijn hoofd. Ik onderdruk met moeite een lach om deze brainwave. Sinds ik in de zaterdagbijlage van Het Financieele Dagblad een artikel las over tatoeages en piercings in boardrooms, merk ik dat ik deze vorm van lichaamsverfraaiing niet meer direct associeer met strand, zwembad en festival.

Volgens Schots onderzoek vindt meer dan de helft van de werkgevers zichtbare tatoeages en piercings onacceptabel. ‘Vies’, ‘gangsterachtig’ en ‘niet goed voor het imago van het bedrijf’, aldus de respondenten. De oudere respondenten welteverstaan; de jongere blijken veel minder moeite te hebben met een roos op de schouder of een ringetje door de navel.

Een aantal jaren geleden begeleidde ik een jonge vrouw die op zoek was naar een baan als administratief medewerkster. Een leuke, vlotte en beetje alternatieve meid. Ze had een piercing in haar linkerwenkbrauw en een tattoo – een Chinees teken –  op haar schouder. Ze kwam bij mij omdat ze nergens aan de slag kwam. Ze werd wel uitgenodigd op basis van haar brief en cv, maar na het eerste gesprek werd ze keer op keer afgewezen. Vaak met als reden dat er iemand anders was die beter aan het profiel voldeed. Ik had wel een licht vermoeden waar het hem in zat en bracht haar versiersels ter sprake. Werkgevers kiezen bij gelijke geschiktheid eerder voor de sollicitant zonder zichtbare tatoeages en piercings. We spraken af dat ze bij het eerstvolgende sollicitatiegesprek een truitje met lange mouwen aan zou trekken en over haar wenkbrauwpiercing een klein pleistertje zou plakken. Vlak voor het gesprek stuurde ze me nog een sms: ‘Marieke, ik zie eruit om door een ringetje te halen!’. Ja, humor had ze zeker. Het gesprek verliep leuk en ze werd aangenomen.

Laatst kwam ik haar toevallig tegen in het dorp waar ik woon. Haar piercing en tattoo had ze nog. “Ik heb er zelfs een ring bij. Een trouwring! En binnenkort komt daar nog een ring bij. Met een speen eraan.” Ze wees naar haar dikke buik. Ik lachte. “Nu nog een mantelpak”, mompelde ik zachtjes in mezelf.

Share

Geef een reactie